U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Natuurinclusieve akkerbouw; waarom?

Algemeen

Het natuurinclusieve systeem leidt tot meer leven en een grotere biodiversiteit op en rond de akkers, waardoor het controle-systeem (of beheerssysteem) van de gangbare akkerbouw ombuigt tot een adaptief systeem waarbij de bodem en de gewassen veerkrachtiger en weerbaarder zijn en de boer minder chemie hoeft te gebruiken.

Biologische akkerbouw heeft bovenstaande effecten niet als primair doel en in welke mate deze effecten optreden bij biologische akkerbouw is afhankelijk van de werkwijze en intenties van individuele biologische boeren. Vanzelfsprekend is biologische akkerbouw beter voor biodiversiteit dan gangbare. Helaas is slechts een klein deel van het akkerareaal biologisch en groeit de markt voor biologisch langzaam.

 Onderstaande ‘claims’ zijn stuk voor stuk te onderbouwen.

 Gangbare akkerbouw leidt tot bodemdegradatie. NIL leidt tot een gestage toename van voedingsstoffen, tot een veerkrachtiger bodem en een weerbaarder bodemleven:

  • Betere bodemstructuur;
  • Toename van het waterbergend vermogen in de bodem;
  • Toename van de waterdoorlatendheid van de bodem;
  • Toename van de beschikbaarheid van voedingsstoffen in de bodem;
  • Weinig uitspoeling van voedingsstoffen;
  • Minder tot geen uitspoeling naar oppervlaktewater;
  • Jaarlijkse toediening van stikstof kan flink naar beneden;
  • Fosfaat komt beschikbaar. Toediening is amper nodig.

 Door minder chemie:

  • Minder snel resistentie van schimmels en bacteriën tegen bestrijdingsmiddelen;
  • Kostenbesparing;
  • Minder collaterale schade aan de natuur.
  • Beter imago akkerbouw.

 Door jaarrond goede omstandigheden voor gezonde insectenpopulaties:

  • Minder snel plagen van insecten;
  • Beginnende plagen worden snel de kop ingedrukt door natuurlijke vijanden;
  • Minder insecticides nodig.

 Kosten-baten

De volgende verwachting ten aanzien van een kosten-baten-analyse van NIL lijkt gerechtvaardigd:

Gedurende 3 tot 5 opstartjaren zijn de kosten van het systeem 5 tot 9% hoger en de baten nog niet altijd zichtbaar. (Er is veel variatie.) De verwachting is dat de kosten uiteindelijk dalen tot onder of op het niveau van de kosten van het gangbare systeem en dat de baten stijgen. De batenstijging kan liggen in hogere gewasopbrengsten, maar ook in de verhoogde weerbaarheid van bodem en gewassen. Daardoor zal het systeem grotere uitschieters in omstandigheden (klimaat!) beter verdragen.

 Kooldioxide

Gangbare akkerbouw stoot jaarlijks CO2 uit. NIL leidt tot vastlegging CO2 in de bodem en tot brandstofbesparing. En het gaat om maatschappelijk relevante hoeveelheden.[i]

 Klimaatverandering

De klimaatverandering zal leiden tot meer weer-extremen: droge en natte periodes en extreme regenval. Bodems met een goede structuur en een divers bodemleven kunnen gewassen in zulke extremen beter ondersteunen. Dat pleit voor NIL.

 Gezond voedsel

Steeds meer consumenten besteden aandacht (en geld) aan gezond voedsel.

  • Weerbaarder gewassen bevatten veel meer ‘gezonde’ stoffen.[ii]
  • Met NIL groeit het vertrouwen van de consument in de akkerbouw.

 Imago akkerbouw en verbinding

Landbouw en de rest van de maatschappij waren grotendeels uit elkaar gegroeid. Op allerlei manieren worden er inspanningen gedaan om die kloof te dichten. Tegelijkertijd krijgt de burger steeds meer oog voor de kwetsbare positie van natuur en wordt de landbouw vaak als ‘boosdoener’ gezien. Denk aan de volgende zaken en begrippen die door veel burgers in verband worden gebracht met landbouw: bijensterfte, 75% massa-afname insecten, afname biodiversiteit, 60% minder dieren, landschapspijn, enz.

Doordat NIL bijdraagt aan een zichtbaar rijker landschap en doordat het sterk de aandacht trekt van de maatschappij, kan NIL belangrijk bijdragen aan verbetering van het akkerbouw-imago.

 



[i] Praktijk en onderzoek wijzen op de volgende cijfers: Zonder al te veel moeite is een toename van 0,4% organische stof in de bodem mogelijk. Als dat wereldwijd toegepast werd door akkerbouwers leidt dat tot 2,8 miljard kuub koolstofbinding jaarlijks. Tel daar de brandstofbesparing van het systeem bij en je komt op een derde van de jaarlijkse, wereldwijde CO2-uitstoot. Zie o.a. David R. Montgomery, Growing a revolution, blz. 241.

[ii] Dit  komt doordat er meer interactie is tussen plant en bodemleven zoals schimmels en bacteriën. In een natuurlijke omgeving krijgen planten allerlei beschermingsstoffen van bodemorganismen in ruil voor de suikers die de plant boven de grond aanmaakt en naar beneden transporteert.