U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

NatuurInclusieve Landbouw

Vrijwel niemand twijfelt er nog aan: we verliezen biodiversiteit in Nederland. 75% van de insecten (in massa) is verdwenen. Bijen, vlinders, vogels, (zoog)dieren en wilde planten hebben het moeilijk, hun aantallen zijn niet alleen drastisch gedaald, maar het aantal soorten neemt nog steeds verder af. Door klimaatverandering komt er soms een soort bij: soorten die eerst alleen ten zuiden van Nederland konden gedijen schuiven op naar het noorden.

Vrijwel niemand twijfelt er nog aan: ons klimaat warmt op; de zeespiegel stijgt;  het weer vertoont steeds meer uitersten (droogte, stortbuien en wateroverlast, storm enzovoort).

Vrijwel niemand twijfelt er nog aan: er zitten teveel gewasbeschermingsmiddelen in veel van ons voedsel. Velen maken zich daar zorgen over.

Boeren merken dat veel gewassen kwetsbaarder worden en er steeds meer gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn. Een voorbeeld: hoefden suikerbieten een paar jaar geleden vrijwel nooit tegen schimmelziektes te worden gespoten, nu moet dat jaarlijks. Plagen worden steeds weer resistent tegen beschermings- of bestrijdingsmiddelen.

Hoewel er door veel andere partijen dan boeren óók veel kan worden gedaan om de biodiversiteit te helpen herstellen – en dat helaas veel te weinig gebeurt – willen we het hier over de landbouw hebben. En dan nog specifieker: de akkerbouw.

 

Natuurinclusieve landbouw

Op boerderij Kloosterplaats zijn we een jaar of zeven geleden begonnen met 'dingen anders doen op het land'. Nog voordat de term natuurinclusieve landbouw was geïntroduceerd. We richtten ons eerst op insecten. Die zijn belangrijk voor (akker)vogels, vooral voor de jongen. Inmiddels is boerderij Kloosterplaats zeven jaar vrijwel insecticidenvrij. Voor een gezonde insectenpopulatie die insectenplagen kan voorkomen is zo'n vijf procent natuurlijke begroeiing nodig in een gebied. Daar helpt de inrichting van Boerenbuitengebied en de hulp van vrijwilligers enorm bij!

Maar daar bleef het niet bij. 

 

Wat is natuurinclusieve landbouw?

Kortweg: Natuurinclusieve landbouw is landbouw die de biodiversiteit niet verstoort, maar benut. 

In de gangbare akkerbouw laten boeren gewassen groeien door voortdurend bij te sturen en in te grijpen als het mis dreigt te gaan. Onder andere met meststoffen (mineralen) en met chemicaliën. Gewasbeschermingsmiddelen zijn er in verschillende smaken: chemicaliën die hinderlijk onkruid verdelgen (herbiciden), die schadelijke aaltjes verdelgen (nematiciden), die schadelijke schimmels bestrijden (fungiciden), die plaagdieren bestrijden (insecticiden).

De gangbare akkerbouw is een controlemodel, te vergelijken met de moeite die je moet doen om een bal bovenop een heuvel te laten liggen: je blijft corrigeren.

Natuurinclusieve landbouw is te vergelijken met een bal die je in het midden van een kom wilt laten liggen: een adaptatiemodel. Er is maar af en toe bijsturing nodig.

De hamvraag: hoe maak je van een heuvel een kom? Het antwoord: door de natuurlijke processen in te zetten. In de natuur is ook alles steeds in beweging. Maar steeds als er onbalans dreigt, treden er vanzelf natuurlijke mechanismen in werking die weer naar balans toe werken.

 

ANOG en NIL

Agrarisch natuurvereniging oost-groningen heeft een mooi en praktisch rapport over NIL laten schrijven. Het is op hun website te downloaden.  

 

Bodemleven

Dat begint in de bodem met het bodemleven. Schimmels, bacteriën, en vele kleine bodemdiertjes leven samen met levende plantenwortels. Organische stof (dode planten- en dierenresten) voedt het bodemleven voortdurend. Ook plantenwortels leveren voedsel aan de bodem: de koolstofverbindingen (suikers) die de planten met fotosynthese maken. Dat complexe ecosysteem zorgt voor allerlei voorwaarden voor leven: het levert alle benodigde mineralen aan de planten; het zorgt ervoor dat er lucht en water in de bodem aanwezig blijft; glomaline gemaakt door schimmels zorgt voor behoud van de structuur in de bodem.

Natuurinclusieve boeren willen dat systeem op hun akkers herstellen zodat hun gewassen weerbaarder worden (en gezonder).

 

Wat is daarvoor nodig?

Overal op de wereld zijn boeren dat aan het proberen. Steeds blijkt weer dat er een paar basisprincipes tegelijkertijd gehanteerd moeten worden.

  1. Minimale grondverstoring.
    De grond niet omkeren (ploegen of spitten); geen scherpe meststoffen en chemicaliën toevoegen die het bodemleven doden; geen loodzware machines erop die de grond in elkaar drukken.
  2. De grond jaarrond bedekt houden. Kale grond erodeert. Door weersinvloeden, door afspoeling, door uitspoeling. Kale grond hongert het bodemleven uit. Er komt immers geen voeding in de vorm van organische stof of door planten aangemaakte suikers.
  3. Een afwisseling of combinatie van verschillende typen gewassen. Het ene type levert immers andere voeding dan het andere type.

Bovenstaande principes vormen op alle gronden en in alle omstandigheden de minimale basisvoorwaarden voor gezond bodemleven en dus gezonde gewassen.

 

Waarom doen boeren dat niet ‘gewoon’?

Het klinkt zo logisch. Waarom doen boeren dat niet gewoon?

De gangbare akkerbouw zit gevangen in dat andere systeem; het systeem van voortdurend bijsturen. Je kunt niet simpelweg van het ene op het andere jaar alles anders doen. Afgezien van de kans op misoogsten – waardoor veel bedrijven al snel failliet zouden gaan – is er regelgeving die uitbraken van plagen moeten voorkomen. Er zitten veel haken en ogen aan. Een paar voorbeelden:

  • Drijfmest is scherp en doodt veel bodemleven. In het huidige systeem krijgen akkerbouwers geld toe als zij drijfmest van veehouders afnemen. Maar vaste mest is duur; zowel in aanschaf als in vervoer en verspreiding. Gedroogde mest (korrels) is nog duurder en er is moeilijk aan te komen.
  • Landbouwgrond zonder veel bodemleven moet jaarlijks flink bewerkt worden om water weg te laten zakken en weer lucht in de grond te krijgen na de zware machines van de oogst. Dus hoezo minimale grondverstoring?

Het is een beetje een kip en ei verhaal of een vicieuze cirkel waar de landbouw in zit. Tel daarbij op de financiële situatie van boeren – zij moesten enorm investeren en de marges zijn minimaal – en dan weet je dat de meeste boeren deze transitie niet op eigen (financiële) kracht kunnen uitvoeren.

 

Wat is het verschil met biologische landbouw?

Biologische landbouw is beter voor mens en dier, maar niet persé voor de natuur. Er zijn ook biologische bedrijven die natuurinclusief proberen te ontwikkelen. Dat is beter haalbaar. Ten eerste is de biologische akkerbouw minder afhankelijk van chemische input, maar het belangrijkste is dat zij veel hogere marges halen met hun bedrijven en over het algemeen minder hebben geïnvesteerd in schaalvergroting (aankoop van krankzinnig dure grond).

Over veel van de hier aangestipte onderwerpen valt vanzelfsprekend veel meer te vertellen. Een boek over de landbouwtransitie die in de wereld gaande is:

David R. Montgomery. Growing a revolution, bringing our soil back to life. ISBN 9780393608328.